Dagboek
Op de voorkant staat
‘Spreuken etc.’
Gedichtjes
En daar onder een foto van Freddie Mercury geplakt
1. 27 februari 1979 [1]
Druk geklets, muziek en drank.
Ik, niets beseffend, op de vloer.
Jij vergeten en beledigd, op de bank,
Jou begrijpen is een hele toer.
Een aanval, volkomen onverwacht,
Beheersen , en Theo van streek,
Vluchten met jou in de nacht,
Emoties bedwingen in de Koets-O-Theek.
Muziek en gedwongen vrolijkheid,
Drank, dan in een taxi naar huis,
Huilen, troost, schuldgevoelens kwijt,
Druk geklets, ik voel me thuis.
2. 28 februari 1979
In de winter slenteren aan zee,
Rustige heerlijke uren,
Het doet er niet toe wat ik gisteren dee,
Vandaag mag eeuwig duren.
Lachen en spelen met Kasper,
Genieten van ’t leven,
Morgen lijkt zo ver,
Zou ’t regen geven?
3. 28 februari 1979
Zijn stem, gevoelig en brutaal,
Zijn ogen achter een zonnebril,
Zijn mond spreekt een andere taal,
Zijn houding laat zien wat hij wil.
Zijn lichaam, uitdagend en excitant,
Zijn muziek, zit vol passie,
Zijn teksten, misschien wat arrogant,
Zijn naam: Freddie.
4. 28 februari 1979
’s Middags in een overvolle trein,
Nagels bijten, natuurlijk zenuwachtig,
Afvragen, zou Ron er zijn?
Leiden, Ron staat er waarachtig!
Met z’n allen naar Rotterdam.
Wachten, na ’t chinezen.
M’n handen door ’t zweten klam,
Zouden ze er al wezen?
Dan opeens rumoer in de zaal,
Is er al wat te zien?
Gejuich en een hoop kabaal,
Ze zijn er echt! QUEEN!
5. 28 februari 1979
Jongelui in motorkleren,
Flipperkast en chocomel,
Één meisje en verscheidene heren,
Koud weer, rillen en kippevel.
Kijken naar ’t tafelvoetbalspel,
Ze spelen met gratie,
Een blik van: ‘zie je wel!’
Prestatie, prestatie.
6. 28 februari 1979
Door de weekse avond,
Luisterend naar Gruppo,
Zittend op de grond,
Waarom kijk je zo?
Vragende, serieuze ogen,
Rillen, niet van de kou,
We zijn al eens bedrogen,
Die vraag, blijf ik bij jou?
Het antwoord kan ik niet geven,
Ik draai er maar om heen,
Onafhankelijk leven,
Is dat zo gemeen?
Praten over ’t huwelijk,
Je lijkt wel een propagandist,
Gebonden zijn, afschuwelijk,
Ben ik een egoïst?
7. 28 februari 1979
Examenvrees,
Terwijl ik hoor te werken,
Ik ben een zenuwpees,
Dat is wel te merken.
Nog nergens aan denken,
Wachten nog twee uur,
Vlug wat thee inschenken,
Was ’t maar vast vijf uur.
8. 1 maart 1979
Alice
Werken bij de G.A.V.A., al vijf jaar,
Wat is de tijd gauw gegaan,
Alleen een stukje korter ’t haar,
Verder ’t zelfde als voor deze baan.
Nu nog maar enkele weken,
En dan zwaaien wij je na,
Dan heb je het hier bekeken,
Op naar Anna-Paulowna.
9. 1 maart 1979
Laarzen, Lammy, sneeuw en kou,
Ik kan ze nu vergeten,
De zon schijnt, niets meer grauw,
Ik kan weer ijsjes eten!
10.
Examen van Rijkswaterstaat,
Theorie: rijden op volle wegen,
Het is misschien wel wat laat,
Maar ik heb ’t toch gekregen.
11. 1 maart 1979
Je bent soms heet, soms koud,
Soms bitter, maar vaak zoet,
Soms sterk en oud,
Vaak heerlijk en altijd goed.
Af en toe sta je te koken,
Met jou voel ik mij okay,
Vergeet ik zelfs te roken,
M’n lekker bakkie thee!
12. 1 maart 1979
Een geeuw en verwarde haren,
Ga maar gauw naar bed,
‘k wou dat we vrij waren,
‘k heb de wekker gezet.
13.
Wachten op een vrije lijn,
Denken aan vakantie,
Gemaaid gras en zonneschijn,
’t kan weer, op lijn drie.
14. 2 maart 1979
Voorlopig afscheid,
Dringt niet tot me door,
Dat ik morgen om deze tijd,
Je stem niet meer hoor.
15.
Vrijdagavond, kwart voor acht,
Een hand en een ‘proficiat!’
Dit had ik niet verwacht,
Het deed me toch wel wat.
16.
Vrij was ik, zonder enig gezag,
Nu voel ik, steeds sterker, ’t gei,
Niet door jou of jouw gedrag,
Maar door die gevoelens in mij.
17. 2 maart 1979
Onzekerheid,
Nog maar een paar weken,
Dan ben ik er van bevrijd,
’t heeft nog nooit zo lang geleken.
Het is geen angst, wat ik nu voel,
Geen verwachting, moet ik zeggen,
Wat ik eigenlijk bedoel,
Is niet uit te leggen.
18. 2 maart 1979
Een Eend of ’n Renault,
’n Honda wordt toch niets,
’n Fiat, maar zo-zo,
Ik ga wel met de fiets.
19.
Lopen op bevroren grond,
Rennen op ’t veldje,
Blaffen tegen ’n kleinere hond,
Wat ben je toch een heldje!
20. 4 maart 1979
Ik ben,
Ik ben…wat?
Ik ben ’n vrouw, en,
Ik ben ’t goed zat.
Ik ben ’t zat, te worden geleefd,
Ik ben, zoals ík dat wens,
Ik ben, misschien, onbeleefd,
Ik ben, ook maar, een mens.
21. 4 maart 1979
Bewustzijn,
Ik besef,
Ik heb begrip,
Ik ben bewust,
Ik ben.
22.
Sunshine,
On my knee,
Life’s fine,
Don’t you agree?
23. 4 maart 1979
Deep Purple en wierook,
Roepen herinneringen op,
Le Primeur en stuf gerook,
Alles heerlijk, niets een flop.
Achterop de Kreitler,
Lachen om ’t klootjesvolk,
Alles kon, niets ging te ver,
Op Alteveer spelen voor tolk.
Duitsers helpen vluchten,
Vrijen op ’t Vitesse-terrein,
’t Ontstaan van geruchten,
En nog steeds was alles fijn.
Ruzie met m’n vriendin om jou,
Het interesseerde me niet,
Ik hield van jou,
En jij alleen van speed.
Liefde bestond niet, volgens jou,
Ik stelde me maar aan,
Ik was een kind en geen vrouw,
En dus liet je me staan.
Deep Purple en die tijd is voorbij,
Net als ’t verlangen en de pijn,
Ik ben nu een vrouw en vrij,
En ik zal nooit meer een kind zijn.
24. 4 maart 1979
Glenn Miller en bier,
Visite nog voor Pa’s verjaardag,
Moppen en plezier,
Fijne avond, veel gelach.
25. 5 maart 1979
Zenuwachtig en wat agressief,
Omdat je naar ’t A.Z. moet,
Bang en onzeker, ik vind je lief,
Huil nu maar, woensdag is alles weer goed.
26.
Achter de computer zitten,
Denken, proberen en proberen,
Hoofdpijn en zin om te pitten,
Afvragen, zou ik ’t ooit leren?
27.
Per dag, enkele uren,
‘hoofdmachinist’,
’t zal wel een tijdje duren,
Voordat ik weet wat dat is.
28. 8 maart 1979
Gelukkig zijn,
’n betrekkelijk iets,
Alles goed, alles fijn,
Denken aan .. niets
Niets tegen, alles voor,
Pas als ’t over is,
Dringt ’t tot je door,
Wat je eigenlijk mist.
29. 8 maart 1979
Hopen op morgen, elke dag,
Hopen dat ’t morgen beter gaat,
Terwijl je weet, dat, hoe lang je ook wacht,
Morgen toch niet bestaat.
30.
Trouwe ogen,
Flinke romp,
tranen drogen,
Lieve Zomb.
31. 12 maart 1979
Run with me,
Waarheen?
Dat geeft niet,
Weg van iedereen.
Dat kan toch niet!
Alles kan!
No money,
Waar leven we van?
Duties!
Natuurlijk, wie niet,
’t Is niet ethisch!
Run with me.
32. 12 maart 1979
Waarom spreek ik,
Terwijl ik wil zwijgen,
Waarom luister ik,
Naar wat ik niet wil horen.
Waarom ren ik,
Terwijl ik wil slenteren,
Waarom herinner ik,
Wat ik wil vergeten.
Waarom haat ik,
Terwijl ik wil liefhebben,
Waarom sla ik,
Wat ik wil strelen.
Waarom fluister ik,
Terwijl ik wil schreeuwen,
Waarom ben ik,
Wat ik niet wil zijn?
33. 12/ 13 maart 1979
Het is asociaal,
Als je voor je zelf leeft,
Abnormaal,
Als je te veel lacht,
Absurd,
Als je niet toegeeft,
Apathisch,
Als je zelfs niet tracht
Animaal,
Als je jezelf helemaal geeft,
Agressief,
Als je niet wijkt voor de macht. [3]
34. 13 maart 1979
Geleend goed,
Lekker weer,
Koude toet,
Veel verkeer.
Volkomen isolatie,
Alleen geruis,
Echte traktatie,
Motormuis?
35. 13 maart 1979
Ik zou willen vluchten,
Ver van hier,
Niets meer te duchten,
alles laten staan.
Ik zou willen schreeuwen,
Zo hard ik kon,
Nooit meer geeuwen,
Springen uit de ban.
Ik zou willen haten,
Wie mij duwt in ’t gareel,
Maar ’t zou me niet baten,
’t zijn er te veel.
36. 13 maart 1979
Is dit de straf,
Die ’n ieder ondergaat?
Is dit mijn graf,
Dat gereed staat?
Is dit de pijn,
Die niemand ooit voelde?
Is dit de wijn,
Die Hij bedoelde?
Is dit de smart,
Die wordt beschreven?
Is dit mijn hart, dat ophoudt te leven?
37. 13 maart 1979
Praten over vrede,
Mitrailleur inde hand,
Brengen tot rede,
De kop in ’t zand!
38. 16 maart 1979
Op de bon, te vaak,
Dus: voor de Krijgsraad,
Dan de uitspraak:
Een misdaad.
Foutloos voor 2 jaar,
Voor jou ’n lange tijd,
Misschien wel wat zwaar,
Als je motor rijdt.
39. 16 maart 1979
Vrijdagmorgen,
Kwart voor zeven, verslapen!
Vloeken en in de zorgen,
Zelfs geen tijd meer om te gapen.
Mezelf verwijten,
We hebben ook altijd pech!
Niet zitten, niet ontbijten,
Zo vlug mogelijk weg.
Zeven uur afscheid in de gang,
Dus om acht uur niet paraat,
Misschien kom je in ’t gevang,
Als je niet op tijd klaar staat.
40. 16 maart 1979
Door ’t venster,
Zie ik de regen,
of is ’t gespenster?
Dat valt me tegen.
41.
Hoi of hallo,
Bekijk ’t zo,
Wat je ook zegt,
Doet of legt,
Een ei,
Hoort erbij,
Drop is ook lekker,
En ’t gedicht wordt steeds gekker.
42.
In je nek een zucht,
En een mes in je rug,
Houd je rechtop,
Of kost je je kop.
43.
Samen een eindje rijden,
In de blauwe Opel-Ascona,
Door de straten van Leiden,
Naar ’t huis van je opa.
Je [4] bent als altijd,
Maar ik merk, al doe je zo blij,
Dat je nog niet bent bevrijd,
Van die gevoelens voor mij.
Ik voel me soms schuldig,
Want dit heb je niet verdiend,
Ik vind je heel aardig,
Je bent en blijft een goede vriend.
44. 18 maart 1979
Vaak opvallend verstandig [6],
Wat jaloers, de laatste tijd,
Soms ’n beetje onhandig,
Meestal vol vrolijkheid.
Nooit voor iets op de loop,
Af en toe ’n tikkeltje agressief,
Vaak ’n tweede Ome Joop,
Maar altijd lief.
45. 18 maart 1979
Waterbroederschap,
’n Band voor ’t leven,
Ik zie ’t niet als grap,
Zouden zij ’t ook zo beleven?
Altijd eerlijk zijn,
Ik weet, ’t is moeilijk,
En soms doet ’t pijn,
Maar is ’t ook niet heerlijk?
Er over praten en schrijven,
Geeft nog geen relatie,
Waterbroeders blijven,
Dat is pas ‘n prestatie.
46. 19 maart 1979
Ik voel me zo vrolijk,
Ik voel me, zo maar, blij,
Ik voel me genoeglijk,
Ik voel me weer vrij!
Als ik giebel,
Heb ik plezier,
Voel ik die kriebel,
Van vertier.
47. 20 maart 1979
Ruik je de regen,
Proef je de wind,
Zie je ’t gras bewegen,
Voel je je ook kind?
48. 21 maart 1979
Blij zijn te leven,
Zomaar op slag,
Alles te geven’
Zomaar, een dag.
49.
Ik krijg ’n gevoel,
Van onpasselijkheid,
Als ik ’t doel,
Van die bom bekijk.
[7 ]
50. 23 maart 1979
Ik heb ’n ontdekking gedaan,
Zomaar midden op straat,
’t is volkomen onbewust gegaan,
zoals dat meestal gaat.
Ik heb me er bewust tegen verzet,
Vanaf de allereerste dag,
Steeds goed op mezelf gelet,
Dit mag niet en dat mag.
’t Is waarschijnlijk maar van korte duur,
Dat is ’t bekende refrein,
Volgende week of over een uur,
Zal alles weer gewoon zijn.
Maar nu op dit moment,
Voel ik me ontzettend fijn,
Door één enkele vent,
Hopelijk duurt t een poosje, voor de pijn.
51. 23 maart 1979
Liggen woelen in bed,
Constant zware dreunen,
Alweer naar ’t toilet,
Hoesten en kreunen.
Waken en of dromen,
Niet bewegen, overal pijn,
Zou de ochtend ooit komen,
Is dit nou ziek zijn?
52. 2 april 1979
Op de Honda van Aat,
Door de kou naar ’t A.Z.U.
Kijken hoe ’t met Theo staat,
Niet meer zenuwachtig nu.
Wel een tikkeltje agressief,
Waarom weet ik ook nie,
Ook ’n beetje negatief,
’t is alsof ik hem voor ’t eerst zie.
Speelt de grote broer,
Probeert mij er in te betrekken,
Interesseert me toch geen moer,
’t is weer tijd om te vertrekken.
53. 2 april 1979
Dertig maart, verjaardagsfeest,
Ik zie je ogen stralen,
Je bent nog nooit zo geweest,
Laat alweer mijn mening falen.
Eindelijk laat je je emoties blijken,
Ik wist niet dat je dat in je had,
Of zou ’t alleen maar zo lijken?
Je bent, zoals je zegt, zadderlat
[8].
54. 4 april 1979
Mooie zwarte ogen,
Wit, zacht vacht,
Zonder mededogen,
Afgeslacht.
55.
Verwende, dure vrouw,
Heb je niet gehoord,
Dat, voor die jas van jou,
Een baby is vermoord?
56.
Noorse of Canadese avonturier
Voel je je nou groot,
Nu je, zonder ’t verstrekken van een spier,
Een jong leven hebt gedood?
17 – 4 – 1979
57.
Ik kom moe thuis,
En mis, aan de kapstok, je jas.
Een vreemd, leeg huis,
Ik wou dat je hier was.
18 – 4 – 1979
58.
Je moet kunnen praten,
Met mensen waarvan je houdt,
Misschien gaan ze je haten,
Of laat ’t ze koud.
Maar wanneer je ’t niet doet,
Dan ben je niet eerlijk,
Dan is er iets niet goed,
Dan ben je ontbeerlijk.
59.
Het is kwart over tien,
En ik ontdek,
Ik ben misschien,
Ontzettend gek.
1 – 5 1979
60.
Middernacht,
’n beangstigend gevoel,
Bang dat je me uitlacht,
Als ik vertel wat ik voel.
Misschien is ’t maar ’n waan,
Je kijkt troostend op me neer,
En ik druk je tegen me aan,
Terwijl ik me afvraag: is dit de laatste keer?
5 -5 – 1979
61.
Donderdag,
Na zeven uur, je bent laat,
Ik pieker en wacht
Terwijl alles gewoon doorgaat.
Acht uur naar boven,
Goed excuus: de test,
Dan, ik kan ’t niet geloven,
Ben je er, en is alles best.
62.
Ogen, vol tranen,
Kijken me, onthutst, aan
Ik moest me schamen,
Wat heb ik gedaan?
Ik wil niemand pijn doen,
Maar ik wil ook zélf leven,
Ik verzacht m’n woorden met ’n zoen,
Meer kan ik niet geven.
Ik moet nu beslissen,
Maar ik kan ’t niet,
Ik ben bang dat ik me zal vergissen,
Ongeluk in ’t verschiet.
Is er één mens,
Die me kan helpen.
Om te doen wat ik wens,
Zonder aan zichzelf te denken?
6 – 5 – 1979
63.
Mensen,
Zijn geweldig,
Wat kan ik meer wensen,
Dan bij hen te zijn.
Waarom dan,
Heb ik toch dat gevoel,
Te willen vluchten,
Van de hele boel.
64.
Correctie vloeistof:
Voor ’t snel corrigeren.
Van type- of schrijffouten.
Correctievloeistof:
Voor ’t snel corrigeren,
Van …… fouten,
Was ’t maar waar!
14 – 5 – 1979.
65.
Vogels fluiten,
En de zon schijnt,
Ik voel ‘t,
Diep van binnen,
Het is Lente!
66.
Uitgaan, met z’n allen,
Cola, cognac en bier,
Irritatie, uitvallen,
Zingen, lachen, toch plezier.
30 – 5 – 1979
67.
Scheiden,
Uit elkaar,
Breken,
Stuk,
Kapot!
31 – 5 – 1979
68.
Het is warm,
Ik zweet me rot,
Nog even en,
Ik ben kapot!
69.
Ik ben bekaf,
En heb ’t heet,
Ik hoor geblaf,
En voel een beet.
70.
Typmachien,
Telefoon,
Telmachien,
Ik ben zo loom.
71.
Reggae,
Jamaica,
Ik weet niet,
Waar ik heen ga.
11 – 6 – ‘79
72.
Ik heb ontdekt,
Dat ik zelf ook veroordeel,
Ik ben ‘n mens,
En ik heb gefaald.
“Hij heeft nu zijn vrienden nodig.”
dat had ik zélf moeten weten,
Als je ze nodig hebt zijn ze er niet,
Maar ik wil er wel zijn!!
14 – 6 – ‘79
73.
Ik hoor de Doors,
Ik zie je broer,
Ik ruik after shave,
Ik voel de kou.
Ik zit op de motor,
Ik droom in ’n kleine kamer,
Ik lach in ’n bruin café,
Ik denk aan jou.
74.
Vandaag is werkelijkheid,
Morgen nog ver,
Gisteren vaag,
Eergisteren vergeten.
20 – 6 – ‘79
75.
Vergeten!
Er gaat zó veel door m’n kop!
Waar hebben m’n gedachten gezeten?
Weer een paar weken getob!
1 – 7 – 1979
76.
Ontmoeting in de Zwaan,
Verrassing, lachende ogen,
Je bent geslaagd, hebt ’n baan,
Komt gezellig bij ons zitten.
Herinneringen ophalen,
Je weet alles nog,
Le Primeur: balen,
Veranderd, schoon.
Muziek: Queen vind je snert!
“Peuk” vindt ze goed,
Vriend mee naar ’t concert,
Volgend jaar.
Naar ’t Jazz-café,
Serieus praten en toch lachen,
Dan: Hanneke ga je mee?
Het was een fijne avond.
16 – 8 – 1979
77.
Gevangen,
In m’n eigen web,
Ik vecht, wil er uit,
Wil er uit?
17 – 8 – ‘79
78.
You’re lost little girl,
Misschien is dat ook wel zo,
Verdwaald,
In een wirwar van gevoelens.
You’re lost little girl,
Zoeken en verder gaan,
Jezelf voorhouden:
Dit is de goeie weg.
You’re lost little girl,
Bestaat ver een gids?
Als hij bestaat,
Waar blijft hij dan?
15 – 10 – 1979
79.
Ik verlang naar zijn lied.
Ik ben gek op zijn naam,
Ik benijd zijn griet,
Ik geniet van zijn lichaam.
Ik bewonder zijn stem,
Ik val voor z’n leren jack,
Ik hou van hem,
Het meest van z’n arrogante bek.
80.
Verliefd,
Het is weer zo ver,
Elk jaar om deze tijd,
Verliefd op een ster.
Hopeloos,
Wat maakt ’t uit!
Ik voel me heerlijk,
Lach, zing en fluit.
Belachelijk,
Ja, misschien,
‘k ben nou eenmaal stapel
Op MIJN QUEEN.
29 – 10 –‘79
81.
Ik weet ’t niet meer,
Niet wat ik er mee moet,
Het doet pijn, keer op keer,
En dat is niet goed.
Ik kan en wil niet kiezen,
Het is toch niet raar,
Dat ik niemand wil verliezen,
Ik hou van hem, ik hou van haar.
14 – 11 – ‘79
82.
Op een mooie dag,
Word ik gewekt uit m’n slaap,
door jouw, vrolijke lach,
een kus en een laatste gaap.
Op een mooie dag,
Ontbijten we samen,
Terwijl ik daar op wacht,
Blijf ik wensen uitkramen.
19 – 11 –‘79
83.
Kompadre,
Natuurlijk,
Ogen,
Ekonoom?
Kater,
Ilúvë. [10]
27 – 11 ‘79
84.
Ziekenhuis,
Stilte,
Verdriet,
Pijn.
85.
Drieëntwintig jaar oud,
M’n schoenen vol lood,
Ben moe en koud,
En toch te jong voor de dood.
86.
Toekomst,
Nooit bij stilgestaan,
Dat ik dat had,
Nu besef ik dat
ik daar dankbaar voor moet zijn.
29 – 11 – ‘79
87.
Notities lezen,
Hield ik van jou, en jij van mij,
’t zal wel zo wezen,
’t is voorbij.
3 – 12 – ‘79
88.
Weekend-love,
Donderdag,
Hereniging, tederheid,
Vrijdag,
Rust, tevredenheid,
Zaterdag,
Vrolijk, baldadigheid,
Zondag,
Berusting, verslagenheid.
4 – 12 – ‘79
89.
Wat helpt ’t als ik gil,
Van pijn of verdriet,
Als er niemand is, die ’t horen wil.
Wat helpt ’t als ik beef,
Van schrik of angst,
Als er niemand is, die omme geeft.
90.
The Unknown soldier.
Sometimes I wish I never knew him!
18 – 12 ‘79
91.
“en dan kom ik nooit meer.”
Zenuwachtig lachen, allemaal bijgeloof,
Vreemd leeg, verdrietig gevoel,
Deze avond is de laatste keer.
3 – 1 –‘80
92.
Het is over,
Verwacht en toch ook niet,
Nu is ’t dus zover
Kan ik ertegen of niet?
Een paar jaar ouder,
Nog lang niet grijs,
M’n hart wordt kouder,
En ik ben nog steeds niet wijs.
14 – 2 ‘80
93.
Als ik iets over mocht doen,
Dan zou ik deze dag nemen,
Waarom doet ’t altijd zo’n
verdomde pijn?
En waar is ’t in hemelsnaam
voor nodig.
94.
langzaam zal ’t gaan,
een tijd alleen maar pijn,
dan komen de vragen,
wat heb ik in godsnaam gedaan?
Die pijn is te verdragen,
Maar die genadeloze herinneringen
Zullen toe blijven slaan.
Niets kan ze stoppen
Overal zal ik hem zien.
Elke jongen wordt vergeleken
en zinkt weg in ’t niet.
Ik ga nog liever dood.
24 – 2 – ‘80
95.
Raadsel.
Ik rook te veel,
Ik gedraag me verkeerd,
Ik verlang te veel,
Je bent bang geworden
Om seks met me te hebben.
Je hebt behoefte aan ’n ander,
Alles is toch goed!
Waar moeten we over praten?
Je houdt van me.
24 – 3 – ‘80
96.
Zonnestralen door ’t raam,
Doen de kou wijken,
Verwarmen m’n lichaam,
M’n hart kunnen ze niet bereiken.
4 – 4 – ‘80
97.
Een jaar en drie maanden,
Wie is er in zo’n lange tijd,
zo gelukkig geweest als ik,
Deze liefde raak ik nooit meer kwijt.
20 – 4 – ‘80
98.
Spiegelbeeld
Ogen te Zwaar opgemaakt,
Wallen, blauw en lelijk,
Ze leeft, zonder ’t werkelijk te willen!
8 – 5 – ‘80
99.
Het klokkegeluid sterft weg,
Twee minuten rouw,
Ik voel, dit is echt,
Ik denk aan jou.
26 – 5 – ‘80
100.
Ergens trekt iedereen een grens,
Ik heb m’n grens bereikt,
Dit is ’t punt waarop ik moet zeggen,
Ik kap ermee.
17 – 6 – ‘80
101.
Ik sluit me op,
Ik sluit me buiten,
Ik sluit niet af,
Ik sluit m’n ogen.
102.
Ik zie je niet,
Ik hoor je niet,
Ik kan je niet aanraken,
Ik kan je zelfs niet ruiken,
Toch ben je er,
Diep geworteld in mij.
30 juni 1980
103.
Angst om de waarheid te ontdekken,
Vreet aan m’n hersens.
Zuiver denken wordt ’n onmogelijkheid.
Kromme gedachten komen telkens weer
bij me op.
Ik vecht en verlies, keer op keer,
Maar opgeven betekent beslist ’t einde.
Dus ga ik door, tot alles me duidelijk is.
27 aug. 1980
104.
We moeten weer uit elkaar,
“’t is veel beter zo.”
Door de weeks gescheiden,
“’t is veel beter zo.”
Alleen de weekends samen,
“’t is veel beter zo.”
Je eigen leven leiden,
“’t is véél beter zo!!!!”
26 – 1 – 1981
105.
Ze heeft van mij gehouden.
Oprecht, haar leven lang.
Ze heeft voor mij gevochten.
Nooit echt van binnen bang,
Ze treurde als ik treurde,
Maar lachte, door mijn tranen heen,
Ze was de giebel en ’t knoeki
de heks en Sansurai
Zij stond op de barricade,
en ik deed met haar mee,
Ze huppelde langs de kade
en zwom naakt in zee.
Zij hield van mijn leven,
Opgewekt en blij
Vannacht is zij gestorven,
Door wat ik dacht en wat ik zei.
10 – 3 – 1981
106.
Gedichten lezen,
Onder voorwaarde dat ik niet boos word
Geschreven als ’n verontschuldiging,
Communicatie per blad,
Maar ’n dubbele ontkenning is ’n bevestiging,
Wie hou je voor de gek.
22 – 3 – 1981
107.
Het woord leven heeft te laat
betekenis gekregen.
Ik ben bang
Bang dat de tijd me heeft bedonderd en
dat ik nooit zal worden wie ik ben.
108.
Ik wil mezelf niet kwijt raken!
Mezelf veranderen, aanpassen
dat doe ik verdomme m’n hele leven al!
Ik pas er voor.
Ik ben zoals ik ben en ik laat me nooit
meer door iemand vertellen hoe en wat ik moet zijn!
1 – 6 – 1981
109.
Het zoeken is voorlopig voorbij.
“’n haveloze kamer boven ’n winkeltje”
Wij.
Overmorgen twee poezen.
Ideaal-beeld compleet.
5 – 7 – 1981
110.
“Count your blessings”
Maar wat, als je ’t tellen
bent verleerd?
6 – 8 – ‘81
111.
Was ik maar zoals hij,
Dat zou voor ons allebei
Makkelijker zijn.
Maar ik kan ’t niet!
Ik voel dat ik mezelf verraad.
En toch word ik gekweld door
deze schuldgevoelens
“Vrij zijn” was dat niet altijd
M’n lijfspreuk?
Waarom doet ’t dan zo’n pijn
wanneer hij vrij wil zijn?
Ik snap ’t niet!
Ik begrijp ’t niet!
Ik kom er niet uit!
……..1981
112.
Liefde bestaat
en ik niet meer.
9 – 8 – ‘82
113.
De ‘haveloze kamer”
Ingeruild voor een
Woonhuis met tuin
Nu nog een kind
En de cirkel is rond.
114.
Ik heb zo’n vreemd gevoel
M’n leven vliegt voorbij
Ik zoek nog steeds een doel
En ik word steeds meer wij.
8 – 4 – ‘83
115.
Ik ben zo bang
om dood te gaan.
Sept ‘84
116.
Wanner verdwijnt deze kou
die m’n lichaam verstijft
Waarom hou ik van jou
en weet ik dat ik blijf
Denken maakt me zo moe
en wie zal er wat om geven
als ik niet weet hoe
ik hiermee verder moet leven
19 – 12 – ‘84
117.
Ze luisteren naar m’n woorden
Maar schrikken voor emoties terug
Had ik de moed maar
om ze wakker te schudden
Ik heb jullie nodig!
Ik voel me zo verschrikkelijk alleen!
118.
Vandaag heb ik m’n vonnis gehoord: reuma.
[1] Deze gedichten zijn van achteraf opgenomen. Dus van rechts naar links lezend.
[2] Dit stukje omlijnde tekst is door mij getypt op groen papier. Hanneke had dit in haar dagboek geplakt op deze plek.
[3] Ook dit stukje omlijnde tekst is door mij getypt op groen papier. Hanneke had dit in haar dagboek geplakt op deze plek.
[4] Ron Mekel
[5] Deze tekst hieronder heb ik met de pen geschreven. Hanneke heeft ’t op deze plek in haar dagboek geplakt.
[6] Michel Hendriks wordt hier bedoeld. En Michel heeft de tekst hieronder handgeschreven op een bruin tekenblaadje. (Hanneke, de zingerd van de familie van der Velden).
[7] Bovenstaande tekst is door mij geschreven (getypt) en door Hanneke hiertussen gevoegd.
[8] Dit is geen spelfout
[9] Een klein stukje tekst van mij (Hans Berveling) dat Hanneke in haar dagboek had geplakt.
[10]
https://tolkiengateway.net/wiki/Il%C3%BAv%C3%AB
[11] Tekst van mij door Hanneke in haar dagboek geplakt.