11 februari 2005

 

De man

 

loop mijn wereld in

langs de singels naar de stad

tot het duivelsplein

 

waar geheimen zuchten

en bloed niet meer

uit goten druipt

 

waar we samenkomen

de storm niet van belang

zolang hij spreekt

 

waar de niet gestelde vraag

een fluister antwoord krijgt:

hij is de man, de god, de erbarmer

 

waar hij je vragen

je levenslange dromen neemt

ze afbreekt bij de wortel

 

waar hij je liefde

je vergeefse hoop

vervulling geeft

 

met een woord

tot leven brengt

 

waar hij je doet ontdekken

dat waarheid niet de vrijheid is

het denkbare te leven

 

maar waar je kracht

de stadsmuur is

tussen denk- en leefbaar

 

en je ziet hem

voor het eerst

en weet

je kunt niet terug