Over het wezen van kunst (Schopenhauer)
Arthur Schopenhauer zag kunst als een manier om te ontsnappen aan de zinloze, pijnlijke wil tot leven. Door de esthetische aanschouwing ontstijg je je eigen lijden.
  • “De kunst staat stil bij het wezen der dingen. Zij rukt het object los uit de stroom van de wereld en maakt het tot een geïsoleerd, zelfstandig voorbeeld van haar onveranderlijke wezen.”
  • “Slechts de aanschouwing die geheel opgaat in het object, is de ware kunst.”
Over de tragedie en het leven (Nietzsche)
Friedrich Nietzsche daarentegen vond dat kunst het lijden juist niet moet ontvluchten. Volgens hem is ware kunst een bevestiging van het leven mét al haar wreedheid en absurditeit (de Dionysische levenshouding).
  • “De kunst is de grote redster van de kunstenaar – zij is degene die de mogelijkheid schept om het lijden te dragen en die het lijden zelfs in schoonheid omtovert.”
  • “Men moet nog chaos in zich hebben om een dansende ster te kunnen baren.”
  • “Zonder muziek zou het leven een vergissing zijn.”